Citymail | shipping smarter

De reis van een e-mailbijlage

De reis van een e-mailbijlage

We zijn al zo gewend geraakt aan het internet dat we amper doorhebben hoe een mailtje zijn bestemming bereikt. Dat is op zich niet vreemd: hoeveel mensen gaan precies na hoe de waterleidingen lopen, of welke centrale precies de elektriciteit opwekt die uit hun stopcontact komt?

Maar anders dan deze nutsdiensten is Internet volledig intercontinentaal. Alleen onder de oceaanbodems ligt al bijna 900.000 kilometer aan kabels. Daar moet je dus nog de lengte van alle telefoon- en breedbandkabels bij optellen, en zelfs dan moet je bedenken dat het mailtje nog de nodige datacenters en Internet Exchanges doorkruist voor het aankomt. Daar komt bij dat een steeds groter deel via radiogolven worden vervoerd, via Wi-Fi, 3G en steeds vaker ook 4G. En dat alles in een fractie van een seconde.

In zijn korte documentaire The Attachment, gemaakt in samenwerking met XS4ALL, brengt regisseur Victor Vroegindeweij in beeld welk pad een e-mail moet bewandelen voor deze aankomt bij een ontvanger in de Verenigde Staten. Letterlijk, want in plaats van gewoon een e-mail met bijlage te sturen, gaat hij zelf op pad. Langs de kabels, de datacenters, internetknooppunten en de kabels over de bodem van de wereldzeeën. Hieronder de trailer, waar je ook een link naar de volledige documentaire kan vinden.

Met al die mogelijke single points of failure is het bijna een wonder dat één mailtje goed aankomt, laat staan meer dan 120 duizend per uur. Je buurman hoeft maar iets te enthousiast in zijn achtertuin te graven en je hebt een kabelbreuk. Een server, router of mobiel basisstation kan uitvallen, en ook stroomstoringen kunnen voor problemen zorgen. Voor particulieren is het niet aankomen van een persoonlijk mailtje vaak al erg vervelend, maar voor veel bedrijven is connectiviteit van levensbelang.

Ondanks die omstandigheden en de hoge verwachtingen van bedrijven en particulieren lukt het om de betrouwbaarheid van het internet te waarborgen. Daarbij dragen providers een grote verantwoordelijkheid. Ze moeten zich houden aan allerlei specificaties en redundantie garanderen om de dienstverlening zonder onderbrekingen te laten verlopen. Vaak gaat het dan om de zogenaamde N+1-redundantie: ieder component (N) heeft dan één volledig onafhankelijk reservecomponent (+1), een mate van beveiliging die we ook kennen in bijvoorbeeld de luchtvaart. En als zich al een onderbreking voordoet, bijvoorbeeld door een grote stroomuitval, moet deze meteen worden opgelost.

Een betrouwbaar internet is dus geen gegeven. Dat het zo lijkt, hebben we te danken aan de vele technici en beheerders die ervoor instaan.

Via emerce.nl